terug naar overzicht

annotaties staatssteunrecht

Aankoopverplichting en staatssteun

03B69226

Rechtbank Overijssel 12 juli 2013, nr. C/08/127948 HA ZA 12-132, ECLI:NL:RBOVE:2013:1474 (gem. Borne)

m.nt. mr. drs. Marjan I. Jaarsma

annotatie verschenen in: Bouwrecht 2013/145

Art. 107 en 108 lid 3 VWEU; gebiedsontwikkeling; overeenkomst nietig omdat aankoopverlichting door gemeente ongeoorloofde staatssteun is?

Naar het oordeel van de rechtbank is van ongeoorloofde staatssteun geen sprake. [...] De gemeente Borne heeft in deze kwestie gehandeld zoals een civiele rechtspersoon in dezelfde omstandigheden zou kunnen handelen. Ze heeft een overeenkomst gesloten met vier projectontwikkelaars en daarbij afgesproken dat zij de grond die zij aankochten, aan de gemeente zouden leveren, en daarvoor een vaste maximumprijs afgesproken […]. Zo was ze ervan verzekerd dat ze de gronden zou kunnen verwerven voor een prijs die op dat moment marktconform was […] en kon ze zo goed mogelijk voorkomen dat andere projectontwikkelaars zich grondposities zouden verwerven waardoor de gemeente alsnog de hoofdprijs zou moeten betalen. Het fixeren van de prijs […] beschermde de gemeente tegen latere prijsstijgingen als gevolg van grondspeculatie. De gemeente diende aldus haar eigen financiële belangen, en niet (primair) die van haar wederpartij(en).

(…)

Noot

1. Wat vooraf ging in eerdere annotaties

Sinds 2012 worden uitspraken van Nederlandse rechters over staatssteunrecht aan de hand van de indeling van Adriaanse in dit tijdschrift door mij besproken (Staatssteun 2011, nr. 1, p. 13). Deze indeling kent vier categorieën waarvan er tot nu toe twee relevant zijn voor bouwrechtjuristen: claims van overheden en claims van RO-belanghebbenden. De onderhavige uitspraak valt in de categorie claims van overheden (zie onder 2). Over de categorie claims van RO-belanghebbenden volgt hieronder een update.

Belanghebbenden doen ook in 2013 weer pogingen om een bestemmingsplan- of ander RO-besluit te laten vernietigen door de Afdeling door te betogen, dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Het aantal uitspraken neemt jaarlijks toe, terwijl de kans van slagen kleiner lijkt te worden. De oudste uitspraak dateert uit 2004; het aantal begint de honderd te naderen. De lijn die de Afdeling op 13 april 2011 heeft uitgezet, is ongewijzigd: als aannemelijk is dat een plan – ondanks eventueel ongeoorloofde staatssteun – uitvoerbaar is binnen de planperiode, dan blijft een besluit in stand (ELCI:RVS:2011:BQ1077 (Centrum Haaren)). Zie voor een nog steeds actueel betoog mijn annotatie bij ELCI:RVS:2012:BW7642 (bedrijfsverplaatsing Beegden) in Bouwrecht 2012/121.

2. Indeling en belang van de uitspraak

De onderhavige uitspraak valt, zoals gezegd, in de categorie staatssteunclaims van overheden. Eind december 2011 beantwoordde het Hof van Justitie van de EU de prejudiciële vraag van de Hoge Raad over het bestaan van een rechterlijke bevoegdheid tot nietigverklaring van een overeenkomst in geval van ongeoorloofde staatssteun positief. Belangrijke kanttekening hierbij was dat de nationale rechter zelf bepaalt of dit het meest effectieve middel is (HvJ EU 8 december 2011, C-275-10 (Residex) en BR2012/59, m.nt. ondergetekende).

Afgezien van een nieuwe uitspraak in de zaak Commerz, waarbij het net als in de Residex-zaak om een overheidsgarantie gaat (ECLI:NL:HR:2013:BY6102), zijn er bij mijn weten sindsdien drie uitspraken naar aanleiding van claims van overheden gepubliceerd. Een daarvan was het hoger beroep in de zaak Winsum over een samenwerkingsovereenkomst; de claim trof doel. De uitspraak is in dit tijdschrift geannoteerd (ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6167 (Sennemalocatie Winsum) en BR 2012/111). De tweede is een arrest van de Hoge Raad over verhuur- en beheerovereenkomsten, alsmede een intentie-, samenwerkings- en erfpachtovereenkomst met betrekking tot parkeergarages in Maastricht. De claim trof geen doel. Aan deze uitspraak is door M.N. Weeda, L.J. Terpstra en C.A.M. Lombert een artikel gewijd (‘Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten’, NtER 2013/5, p. 153-158). De onderhavige uitspraak is van belang, omdat er nog niet eerder een staatssteunclaim over een aankoopverplichting in geschil is gebracht.

3. Opmerking

Waarop kan een rechter zich baseren bij de beoordeling van de marktconformiteit van de door een gemeente betaalde koopprijs voor gronden en gebouwen? De van toepassing zijnde Mededeling van de Commissie betreffende staatssteunelementen bij verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties (PbEU 1997, C-209/03) noemt twee procedures: een verkoop via een onvoorwaardelijke biedprocedure en een taxatie door een onafhankelijk taxateur voorafgaand aan de onderhandelingen. Ruimte voor andere procedures laat de Mededeling niet. Hetzelfde geldt voor waardebepaling na verkoop. Taxatiemethoden zijn niet opgenomen. Wie en de procedures niet heeft toegepast en geen gebruik heeft gemaakt van de de-minimis- of de algemene groepsvrijstellingsverordening, moet de steunmaatregelen – ook als er wel marktconform gehandeld is – aanmelden.

Het Hof van Justitie en de Europese Commissie hebben respectievelijk in uitspraken en beschikkingen de Mededeling in- en aangevuld door een aantal taxatiemethoden goed te keuren. De Mededeling is vorig jaar door de Commissie zelfs gerelativeerd tot een ‘richtsnoer voor openbare instanties zodat zij, wanneer zij de in die mededeling uitgezette procedures volgen, er zeker van zijn dat de verkoop van gronden en gebouwen geen staatssteun inhoudt’ (Beschikking van 21 maart 2012 SA.29012 – Beweerde verkoop van gebouwen onder de marktprijs door de gemeente Leiden, punt 33).

Hoe pakt de Rechtbank Overijssel de waardebepaling van de gronden in deze casus aan? De Mededeling wordt buiten toepassing gelaten. De prijs wordt als marktconform beoordeeld, omdat deze het ‘resultaat is van onderhandelingen tussen twee partijen die een civielrechtelijke overeenkomst sluiten’. Deze partijen zijn vier samenwerkende ondernemingen enerzijds en de gemeente Borne anderzijds. De gemeente Borne heeft daarmee volgens de rechtbank gehandeld ‘zoals ook een civiele rechtspersoon in dezelfde omstandigheden zou kunnen handelen’. Deze redenatie overtuigt niet. Zonder waardebepaling van de gronden is hier, lijkt me, niet te bepalen of de maximale inkoopprijs marktconform is. Deze ‘verbale taxatiemethode’ van de Rechtbank Overijssel komt derhalve niet in aanmerking voor toevoeging aan het lijstje door het Hof van Justitie of de Europese Commissie (onder omstandigheden) goedgekeurde taxatiemethoden. Wat wat mij betreft wel overtuigt aan het betoog, is de stelling dat de gemeente Borne in de gegeven omstandigheden zakelijk heeft gehandeld door de inkoopprijs op voorhand te maximaliseren en zo het risico van prijsverhoging bij haar wederpartij te parkeren. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun bij deze aankoopverplichting; de claim van de gemeente Borne treft geen doel. De vraag is nu welke (decentrale) overheid met de volgende claim komt. Ik ga het met belangstelling volgen!

Deze annotatie verscheen in het tijdschrift Bouwrecht van Kluwer: http://shop.kluwer.nl/online/tijdschrift-bouwrecht/prodM8094.html

terug naar overzicht