terug naar overzicht

annotaties staatssteunrecht

Bedrijfsverplaatsing en staatssteun

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 juni 2012, nr. 201100032/1/R1, LJN BW7642 (bedrijfsverplaatsing Beegden)

m.nt. mr. drs. Marjan I. Jaarsma

annotatie verschenen in: Bouwrecht 2012/121

Art. 107 lid 1 VWEU; ruimtelijk bestuursrecht, staatssteun, bedrijfsverplaatsing ten gevolge van aanleg retentiegebied: Is uitvoerbaarheid bedrijfsverplaatsing verzekerd, als sprake blijkt te zijn van eventuele terugvordering verboden staatssteun?

Gelet op hetgeen hiervoor […] is overwogen, acht de Afdeling aannemelijk dat door de aanleg van het retentiegebied de belangen van [belanghebbende] in negatieve zin worden geraakt. In dat licht acht de Afdeling in beginsel niet in strijd met art. 107 VWEU dat [belanghebbende] daartoe een schadeloosstelling van Rijkswaterstaat ontvangt. […] De Afdeling vindt in hetgeen de raad naar voren heeft gebracht geen onderbouwing voor de wijze waarop het toegezegde bedrag tot stand is gekomen en is samengesteld. Voorts is aannemelijk dat [belanghebbende] het plan niet kan uitvoeren als sprake zal zijn van onrechtmatige staatssteun en deze terugbetaald zou moeten worden. Ook is niet aannemelijk dat een ander dan [belanghebbende] het plan zal uitvoeren nu het plan specifiek is vastgesteld teneinde verplaatsing van het bedrijf van [belanghebbende] binnen zijn eigen perceel mogelijk te maken. Gelet hierop is niet aannemelijk dat ook indien sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun de uitvoerbaarheid van het plan verzekerd is.

(…)

Noot

1. Indeling en belang van de uitspraak

Deze uitspraak is gedaan naar aanleiding van een procedure die in de indeling van Adriaanse in de categorie staatssteunclaims van belanghebbenden in de sfeer van de ruimtelijke ordening valt (TvS 2011/1, p. 13 en BR 2012/59).

Een betoog over de financieel-economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan kan alleen dan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, als de Afdeling uit hetgeen is aangevoerd concludeert dat het bestemmingsplan niet – dus ook niet door derden – uitvoerbaar is (ABRvS 13 april 2011, LJN BQ1077). In geval van een betoog over de eventuele terugvordering van ongeoorloofde staatssteun werd door de Afdeling daarom vanaf de datum van deze uitspraak in elk geval de uitvoerbaarheid getoetst en daaraan was de vraag of voldoende aannemelijk was dat het staatssteunrecht correct toegepast was ondergeschikt. Bij een bestreden besluit als het onderhavige kan de staatssteuntoets niet ondergeschikt zijn aan de uitvoerbaarheidstoets en daarin is het belang van deze uitspraak gelegen (zie hieronder onder 2.).

2. Opmerking(en)

Vanaf april 2004 tot begin juli 2012 is de Afdeling zesenzeventigmaal geconfronteerd met betogen over ongeoorloofde staatssteun in het kader van de financieel-economische uitvoerbaarheid van besluiten in de sfeer van de ruimtelijke ordening. Te weten in 2004: 3 uitspraken, waarvan 1 betoog over vermeende staatssteun doel trof (LJN AO7997, AO8853 Marktpassage Haaksbergen, AR7937), 2005: 2-0 (LJN AT3728, AU1403), 2006: 6-0 (LJN AW1255, AW3964, AY5061, AY5874, AY7593, AZ2258), 2007: 5-1 (LJN BA4143, BA9838, BB4338 BP De Zwaaikom Oosterhout, BN7328, BB7794), 2008: 4-1 (LJN BC2320, BD3598 Vliegveld Eelde, BG1152, BG8616), 2009: 8-2 (LJN BH5498, BI0411, BI7245 BP Leens-Winkelcentrum, BJ5504, BJ8288, BK0846, BK6483 zwembad Bemmel, BK6702), 2010: 17-1 (LJN BL6995, BL7739, BM8833, BN1062, BN1097, BN1873, BN7909, BN8584, BO2687 zwembad Bemmel, BO3438, BO3445, BO5721, BO5731, BO6602, BO7312, BO7313, BO9172), 2011: 18-1 (LJN BO0556, BP3648 BP Nieuwe Sloot Alphen aan den Rijn, BP7118, BQ1077, BQ2620, BQ2679, BQ9692, BR1430, BR4602, BR5644, BR5677, BR6316, BT2126, BT7368, BU5380, BU7059, BU9460, BV0095) en 2012: 13-2 (LJN BV1212, BV3215, BV5092, BV5115, BV5119 BP De Zumpel-Kloosterstraat-Julianastraat Grubbenvorst, BV7269, BV8046, BW0780, BW3862, BW4561, BW7642, BW9575, BW9581).

Tot de negenenveertigste uitspraak (ABRvS 13 april 2011, LJN BQ1077) trof een betoog geen doel als aannemelijk was dat de ten tijde van het geschil in beeld zijnde ontwikkelaar(s) een plan ondanks terugbetaling van eventueel ongeoorloofde staatssteun zou(den) uitvoeren. Vanaf de vijftigste uitspraak wordt ook de aannemelijkheid van uitvoering door derden geaccepteerd, waarmee de kans dat een dergelijk betoog doel trof afnam en de staatssteuntoets aan belang inboette.

Het wachten was dus op een situatie waarin uitvoering door derden niet of nauwelijks denkbaar is, de gronden van het plangebied al in handen zijn van de initiatiefnemer en waar steunmaatregelen aan de orde zouden kunnen zijn. Kortom het wachten was op een al dan niet vrijwillige bedrijfsverplaatsing op eigen grond waarvan de uitvoering niet aannemelijk is zonder (nadeel- en /of over)compensatie. Dit plan in het Limburgse Beegden aan de Maas is er een voorbeeld van. De uitvoerbaarheidtoets pakt niet positief uit. Dus komt het nu aan op de uitkomst van de staatssteuntoets. De Afdeling is wel overtuigd van de noodzaak van de verplaatsing, maar niet van de afwezigheid van overcompensatie, omdat niet duidelijk zou zijn wie de taxatie heeft verricht en het taxatierapport bovendien naar haar mening onvoldoende onderbouwd is. Het bestreden besluit is in strijd met art. 3:2 en 3:46 Awb genomen, aldus de Afdeling. Het wachten is nu op de ontmaskering van de taxateur en een gedegen onderbouwing van de cijfers.

Deze annotatie verscheen in het tijdschrift Bouwrecht van Kluwer: http://shop.kluwer.nl/online/tijdschrift-bouwrecht/prodM8094.html

terug naar overzicht